Antes del Hain

Koor SSAATTBB, SATB solisten, alt solist, harp, shaman drum

Voor het Nederlands Studenten Kamerkoor schreef ik de compositie Antes del Hain, op een libretto van de Chileense dichter Nicolás Eduardo Barría González. In het werk verkenden Nicolás en ik de mysterieuze matriarchale voorouders middels een onderzoek naar het belangrijkste ritueel van de Selk’nam: de Hain. Het is een compositie die de magie weerspiegelt uit de mythologie van de Selk’nam, van een niet-patriarchale mensheid.

De Selk’nam was een van de laatste inheemse volkeren uit Zuid-Amerika dat, laat in de negentiende eeuw, in contact kwam met Europeanen. Niet snel daarna wisten diezelfde Europeanen het volk te laten verdwijnen door ziektes en moord.

De Hain was een ceremonie vol van symboliek en mythologie en was zodoende van essentieel belang binnen de tradities van het volk. Centraal in die mythologie stond het contact met natuurgoden en een mythische strijd, die ook symbool stond voor de strijd met het zelf.

Het werk werd ging in première in februari en maart 2018, samen met 11 anderen werken, uitgevoerd door het Nederlands Studenten Kamerkoor en harpiste Annoes van der Zande onder leiding van de Belgische dirigent Kurt Bikkembergs. Het thema van het project was Oorlog en Vrede, geïnspireerd op het gelijknamige werk van Lev Nikolajevitsj Tolstoj.

Meer achtergrondinformatie is te vinden op mijn blog.

VOOR DE HAIN

Blauwe harige vrouwen doorkruizen een lavendelveld,
ademen een spoor met de smaak van violet,
openen met hun lichaam paden van citroenachtige lucht,
verlichten het flitsende zuur in de tuin van de nacht.

Blauwe harige vrouwen lopen door de velden van lavendel,
ontwaken de pollen van doornachtige bloemen,
bestuiven de aarde met sporen van parfum,
markeren de huid van de aarde met de hars van de melkweg.

Blauwe harige vrouwen rennen met de ogen gesloten,
galopperen in het hof van Eden, met de kijkende maan van de poezen die verliefd werden,
Blauwe harige vrouwen bewegen door de velden van lavendel
en hun draf van modder doorkruist de laatste toekomst.

De straal van hun hemelsblauwe ogen bevochtigt het verdomde geheugen en de frisse warmte van een gouden wind verbreekt de leegte:

Vervul in mij, moeder, grootmoeder, mijn vrouw, het herstel van het verbrande deel van mijn foto’s, laat mijn dorst naar het licht herleven, bevredig mijn honger naar bloed, verdrijf, vrouwelijke, Godin, vrouw, de eeuwenlange wraak die schreeuwt:

Niet langer, niet langer, niet langer.

Verbeeldt je mij in je schoot, knijp me als ik huil, laat me slapen op het overvloedige lichaam van mijn moeder, laat me ineen kruipen op je rug, als Triton.

Markeer je symbool in mij, Goddelijke vrouw, vogel met manen, los de geur van je geheugen op met je herinneringen aan het zwarte vuur van mijn geweld.

Blauwe harige vrouwen slapen samen in een bos van bloemen
en hun dromen ontwaken alle vulkanen.