I det Klare, blaae Vand

Violin and Soprano (one person)

Bij het schrijven van dit werk voor stem en viool (door één persoon) heb ik me laten inspireren door de muziek van Stravinsky, Shostakovitch, Tsjaikovski, Veljo Tormis en Virpi Räisänen.

De IJsjonkvrouw (‘Isjomsfruen’) – een sprookje van Hans Christian Andersen
In het sprookje van Andersen wordt verteld hoe een kleine jongen met de naam Rudy door een geheimzinnige kus van de ijsjonkvrouw in haar macht komt. Hij groeit op in Zwitserland en heeft bijzondere gaven. Maar als hij een meisje ontmoet en op zijn trouwdag het gelukkigste moment van zijn leven heeft, eist de jonkvrouw hem weer op en blijft hij in eeuwige gelukzaligheid bij haar. Een dag voor de bruiloft heeft zijn verloofde Babette het idee dat ze naar een klein eiland wil, waar net genoeg ruimte is om samen te dansen. Als het verliefde paar op het eiland zit, ziet Babette de boot weg drijven. Rudy duikt in het water, waar de ijsjonkvrouw, die heerst over de het water en de lucht, hem kust. Hij verdrinkt en Babette blijft alleen achter op het eiland.

Voor deze compositie heb ik gebruik gemaakt van teksten uit de ‘conclusie’, het laatste hoofdstuk in het sprookje. Daarin roept Ruby uit dat de aarde hem niets meer te geven heeft. Hij is van alles voorzien wat nodig is: de liefde van Babette. Hij wordt momenten later met een delicate kus de dood in gelokt door de ijsjonkvrouw, beschreven als half een kind der lucht en half de machtige gebieder der rivier. Ze leeft in een koude, zonderlinge ijswereld, waar de zielen der verdoemden tot aan de jongste dag gekerkerd zijn. Ze kan echter niet op tegen het samensmeltende koor van andere natuurgeesten, goede beminnelijke geesten – de dochters van de zonnestralen. Andersen schrijft de natuurkrachten in hun elementaire, poëtische vorm.

Op het moment dat Rudy in het water verdwijnt wordt alles rondom hem stil. De kerkklokken verstommen, de laatste tonen verdwijnen met de glans van de rode wolken. De dochters van de zonnestralen zijn er niet langer om hem te beschermen. Even klinkt van zowel de ijsjonkvrouw als de schone Babette de lokroep ‘De mijne zijt gij!’. Andersen beschrijft dat er een snaar springt, een rouwtoon klinkt en dat de ijskus des doods het vergankelijke overwint. Hij beschrijft dat hiermee het levensdrama kan beginnen, en dat de wanklanken (van Babette) zich oplossen in de schoonste harmonie. Andersen vraagt zich af of Rudy’s dood wel een treurige geschiedenis is…

Babette blijft jammerend achter op het eiland. Door de stilte heen klinken de laatste woorden van Rudy nog na: ‘meer dan liefde heeft de aarde mij niet te geven!’. De woorden klinken vol van vreugde, maar worden herhaald in diepe smart.

In mijn compositie heb ik dit totaalbeeld willen verklanken door enkele van de teksten te gebruiken en te vermengen met een ongrijpbare, vaak verstillende klankwereld van de viool. De viool en de stem dansen voortdurend om elkaar heen, komen af en toe samen en verdwijnen uiteindelijke in de stilte van de nacht.

De teksten zijn in het filmpje mee te volgen, via ondertiteling in het Deens (originele taal), Engels en Nederlands.