Stemmen

SATB Choir I, SATB choir II, SSAA+voice ensemble, SATB ensemble, voice solo, violin

Ik schreef dit in maart 2014, naar aanleiding van het gewapende conflict in het oosten van Oekraïne, tussen separatistische groeperingen en het Oekraïense leger. Het werk ontstond vanuit het onvermogen te kunnen begrijpen deze oorlog had kunnen ontstaan. Aan het eind van het werk klinkt het ‘Plyne Kacha’, een lied dat werd gezongen toen tientallen slachtoffers van snipers tijdens de Maidan protesten, in Februari 2014, werden herdacht bij een bijeenkomst, op het Onafhankelijkheidsplein in Kiev. Het lied is een dialoog tussen een moeder en haar zoon die naar de oorlog moet vertrekken.

Het emotionele Plyne Kacha liet ik voorafgaan door verschillende klanken vanuit twee koren en twee ensembles. In het midden van de compositie ontstaat een discussie over de oorlog en een stilte, zoals ik de stilte ook had ervaren in een Pools gebed voor de slachtoffers, enkele weken eerder.

Teksten: 

Uit ‘Die Todesfuge’ van Paul Celan
er ruft streicht dunkler die Geigen dann steigt ihr als Rauch in die Luft
dann habt ihr ein Grab in den Wolken da liegt man nicht eng

Citaat van Friedrich Nietzche
Nicht die Wahrheit und Gewissheit ist der Gegensatz der Welt des Irrsinnigen, sondern die Allgemeinheit und Allverbindlichtkeit eines Glaubens, kurz das Nicht-Beliebige im Urteilen.

Uit ‘A Poor Christian Looks At The Ghetto’ van Czeslaw Milosz
Slowly, boring a tunnel, a guardian mole makes his way,
With a small red lamp fastened to his forehead.
Bees build around a red trace.
Ants build around the place left by my body.

Uit het boek ‘Genealogie Der Moraal’ van Friedrich Nietzche
“De mens die ongeduldig, bij gebrek aan externe vijanden en weerstanden, in een drukkende zedelijke bekrompenheid en regelmaat gedrongen, zichzelf verscheurde, vervolgde, aanklaagde, opjoeg, mishandelde, dit zich tegen de tralies van zijn kooi wond stotende dier, dat men wil ‘temmen’, dit ontbering lijdende en door heimwee naar de woestijn verteerde wezen, dat van zich zelf een avontuur, een martelkamer, een onzekere en gevaarlijke wildernis moest maken – deze dwaas, deze verlangende en wanhopige gevangene, werd de uitvinder van het ‘kwade geweten’.
Ik beschouw het kwade geweten als de zware ziekte die de mens heeft moeten oplopen onder de druk van de aller grondigste verandering die hij ooit heeft doorgemaakt – de verandering die plaatsvond toen hij definitief in de betovering van de samenleving en de vrede gevangen was geraakt.”

Uit ‘ A Song On The End Of The World’ van Czeslaw Milosz
On the day the world ends
Women walk through the fields under their umbrellas,
A drunkard grows sleepy at the edge of a lawn,
Vegetable peddlers shout in the street
And a yellow-sailed boat comes nearer the island,
The voice of a violin lasts in the air
And leads into a starry night.

Plyne kacha
A duck swims upon the Tysyna [river].
Mother of mine, don’t cry for me.
You will cry for me in an evil hour;
I don’t know myself where I will die.
I will perish in a strange land,
And who will bear me to the grave?
Foreign people will carry me out.
Won’t this be a grief to you, mother?
How ever, little son, could it not bring grief?
You [once] lay upon my heart.
… A duck swims upon the Tysyna.