Wat gezegd moet worden dat is dit

SSAATTBB, Sopraan solist

Hoe ziet de wereld er over 50 jaar uit? De toekomst gaat iedereen aan, maar ernaar toeleven gaat alleen als je je er ook een voorstelling van kunt maken. Het VU-Kamerkoor greep haar 50-jarig jubileum aan om de toekomst met een kunstenaarsblik te beschouwen en te zingen over klimaatverandering en de zorgen over wat komen zal.

Schrijver Wytske Versteeg verwerkte de toekomstvisioenen van koorleden in een libretto waar vier componisten mee aan de slag gingen: Roel van Oosten, Merlijn Twaalfhoven, Ernst Reijseger en ikzelf schetsten ieder een mogelijk toekomstbeeld, van dystopie tot utopie.

In mijn compositie  ben ik uitgegaan van een deel van een libretto van Wytske Versteeg, dat in mijn ogen zeer krachtig is in haar taal en zeggingskracht, en tegelijkertijd juist ingetogen en naar binnen gekeerd in haar beeldende, poëtische ontwikkeling.

Wat gezegd moet worden dat is dit: de dingen zijn niet wat ze eerder waren, nooit geworden wat ze ooit hadden beloofd.
In mijn compositie heb ik geprobeerd een sterk ingehouden maar toch lyrisch en soms zelfs romantisch klankbeeld te schetsen dat de gevoelens versterkt die ik bij de tekst krijg: een mengeling van stille melancholie en tegelijkertijd een soort ‘zwevend gevoel van bevrijding’. Melancholie wegens het kwijtraken, het ‘versterven’ van de materie en de ongrijpbare zoektocht die dit geeft, een leven lang. Alles versterft. Ons leven is slechts een flits in een universum dat een hele andere tijd kent en voor je het weet ben je zelf die gerimpelde hand uit het libretto. Ja dat vind ik misschien wel de meest indrukwekkende zin: er is zijn hand die nu gerimpeld toch nog steeds haar wangen streelt.
 
Bij het componeren van mijn gedeelte voor Utopia2068 zag ik dat tafereel heel duidelijk en concreet voor me. Wat ongelofelijk mooi, hoe die zin zowel de vergankelijkheid van de mens als de eeuwigheid van de liefde en de mysterieuze zinnigheid van alles (ondanks dat alles verloren gaat) kan vatten in dat ene gebaar. En aan de andere kant die bevrijding; de versteende tijd die bloemen draagt… het gevoel dat alles altijd door suist en draait en dat dit niet beangstigend is maar schitterend en eeuwig fascinerend.
In het innerlijk leven en het geestelijke of spirituele leven zo u wilt, is 50 jaar slechts een fractie. Leuk thema, dat utopia, maar het komt er op neer dat ik denk dat over 50 jaar een willekeurige jongeman in een zonnig parkje op een bank gaat zitten en een schoon meisje ziet lopen, verliefd op haar wordt en een praatje maakt. En zij kijkt hem aan en streelt zijn kaaklijn. En 50 jaar later streelt zijn hand haar wangen… etcetera.
WAT GEZEGD MOET WORDEN DAT IS DIT

wat gezegd moet worden dat is
dit: de dingen
zijn niet wat ze eerder waren
nooit geworden wat ze ooit
hadden beloofd

er is zijn hand die nu gerimpeld
toch nog steeds haar wangen streelt
er is de bank, het bed dat ze nog delen
er is de tijd die in de kamer hangt en
de verwachting, nooit helemaal verdwenen

Het kwijtraken dat verder gaat
en meer verloren raakt
de dingen
zijn er niet
om je aan vast
te houden, verdragen je
tastende hand stoïcijns; zij
hebben jou niet nodig
misschien was je er nooit

In deze luwte hebben doden
hun eigen taal en stad; vergeven
ons voor alles wat bij leven nooit
gezegd, nu in marmer gebeiteld
op hun vermoeide, lang verloren
lichaam rust. Een eekhoorn rent
over hun bed; een boom groeit uit
hun steen, een beeld houdt bloemen
in de hand.

Wat ze verdragen:
de voorbijgaande stad buiten hun muren;
ons scheve beeld van tijd, ook onze honger
die zelfs hen in rijen ordent, ons peilloze
verdriet, al deze hunkering die zij zo traag,
te snel ontgroeien.