(Nederlands) Blog: …And I become a wall

IMG_6340

28 mei 2017 (not available in English)

Meestal laat ik de muziek spreken, maar nu merk ik dat ik wil uitleggen waarom het belangrijk voor me is om in deze tijd muziek uit voormalig Joegoslavië te onderzoeken en met de mensen om mij heen te delen. Mijn onderzoeksvraag luidt:

Hoe voorkom ik dat ik in een muur verander? 

Oog in oog met de muur
Ik ben niet mooi of lelijk
Ik heb geen gezicht
Borst aan borst met de muur
Ik ben niet sterk of zwak
Ik heb geen ervaring
Oog in oog met de muur
Ik ben niet goed of verschrikkelijk
Ik ben alleen

En jij
Met regenachtig haar en doordringende wind
En jij keert je af
Waarom verschijn je aan me
In de vlucht van krijten vlinders

Hier ben ik, zonder hart
Tegen de muur
En ik word een muur

~ Vasko Popa (1922 – 1991)

De wereldberoemde Servische dichter Vasko Popa (geboren in Roemenië) vocht in de tweede wereldoorlog als partizaan en werd opgesloten in een Duits concentratiekamp in Bečkerek (het huidige Zrenjanin, Servië). In zijn bijzondere mengelmoes van Servische traditie en moderne idiomen en abstractie was Vasko Popa uniek binnen de naoorlogse Oost-Europese literatuur. Popa had zelf in alle diepte ervaren dat de mens kan worden gereduceerd tot een dier van de politiek, een cijfer van de staat. Tegelijkertijd schreef hij ten tijde van de oorlog over een bewust menselijk wezen, die in alle diepte kan lijden en hopen, ook in tijden van oorlog en gevangenschap.

In mei 2016 ging ik met studenten van de Vrije Hogeschool op reis naar Bosnië en Herzegovina. Een van de organiserende studenten had op internet een geweldige verblijfplaats gevonden en eigenaren Goga en Elmir bleken ook nog een deel van het jaar in Nederland te wonen. Ik had mij voor deze toevallige ontmoeting nog nauwelijks bezig gehouden met de geschiedenis en cultuur van de Balkan. Weliswaar kende ik de verhalen uit het NOS journaal over Srebrenica en het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag – de context van de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië was mij volkomen onbekend. Het had geen deel uitgemaakt van de geschiedenislessen op school. Ik had nog niet gehoord van de Kroatische partizanenleider Tito, van de strijd om autonomie in Kosovo, van het opkomend nationalisme in alle deelgebieden van Joegoslavië, aangewakkerd door Milošević en gevolgd door nationalisten in alle deelrepublieken. Ik had nog niet gehoord van de onafhankelijkheidsverklaring van Slovenië in 1991 en de afschuwelijke burgeroorlogen, die goede buren in regelrechte vijanden konden veranderen. Ik had nog niet gehoord van Zlata Filipovic, die als jong meisje op indringende en eerlijke wijze haar dagboek schreef over MTV, Madonna, de verwoesting van Sarajevo en de kat van de buren.

Tot ik in het voorjaar van 2016 verliefd werd op Bosnië en Herzegovina. Met de studenten arriveerden we op het piepkleine vliegveldje van Tuzla, waar we werden opgewacht door een vriendelijke dame van Hercegovina Lodges. Na uren aan slingerweggetjes (de bus kon zich telkens nét door de bocht heen manoeuvreren), waarin prachtige heuvelpartijen, kleine boerderijen, tientallen moskeeën en vele vervallen huisjes elkaar afwisselden, kwamen we aan bij Boračko meer, in het hart van Bosnië & Herzegovina. De ongekende gastvrijheid, het oorverdovende geluid van de kikkers, de beklemmende bunker van Tito, de bizarre rivieren en uitzichten: ik zal ze allen nooit meer vergeten. Op de vlucht terug naar huis ontmoette ik een jonge vrouw. Ze vertelde haar verhaal over hoop en wanhoop, over haar ouders in de oorlog, over de toekomst die ze wenste voor haar kind en over de harde realiteit voor jongeren in Bosnië & Herzegovina.

De komende weken zingen we met Kamerkoor JIP muziek uit voormalig Joegoslavië. We zingen liederen van de Servische componist Stevan Mokranjac, die zich verdiepte in volksmelodieën uit voormalig Joegoslavië, Rusland en Turkije. We brengen de oerklanken van Emil Cossetto uit Kroatië en we zingen volksmuziek waarin Oosterse, Europese en Sefardische elementen samenkomen in een bijzondere, melancholische en liefdevolle textuur. Na vier concerten in Nederland gaan we op tournee naar Bosnië & Herzegovina.

En ik word een muur
Ons project noemen we ‘…And I become a wall’, geïnspireerd op bovenstaand gedicht en de toonzetting van de Servisch-Nederlandse componist Gagi Petrovic. Een titel die ik op vele verschillende manieren door mijn hoofd heb laten gaan en die mij soms angstig maakt, maar vaak ook bemoedigend toespreekt. Gagi heeft een vermoeden dat het gedicht een beeld geeft van het gevangenschap van Vasko Popa. Ik probeer mij voor te stellen hoe het moet zijn te moeten praten met de muren om mij heen.

Hoe voorkom ik dat ik in een muur verander?
Er zijn dagen dat ik ’s avonds niet kan slapen, uit onrust over dat wat er in de wereld gebeurt. Het lijkt haast wel of iedere dag een overtreffende trap is van de vorige en de wereld in bepaald opzicht gek wordt. Op alle continenten gebeuren dingen die ik niet kan bevatten, die ik alleen zou kunnen begrijpen als ik de mens zou zien als een dier van de politiek, lijdzaam opgesloten in een geridiculiseerd systeem. Maar zo denk ik niet en zo wil ik niet denken. Muren worden gebruikt om een zekerheid te suggereren dat binnen de eigen muren alles veilig is en de grote boze wereld zo kan worden genegeerd. Presidenten en politici spreken de burger angst-moed in door te pochen met fysieke en denkbeeldige muren die proberen de wereld op te delen in hokjes van religie, ras en gender.
In de winter van 2016 was ik op het Griekse Lesbos, waar ik met eigen ogen aanschouwde hoe vluchtelingen probeerden naar de andere kant van de muur te komen. Ieder met een eigen verhaal, velen met uitgebluste ogen. Geholpen door duizenden jongeren van over de hele wereld, tot op de dag van vandaag tegengewerkt door politici uit heel Europa.
Het meest beklemmende gevoel is voor mij de angst dat ik van steen wordt. Dat ik ga geloven dat er geen plek is voor alle vluchtelingen. Dat ik mijn schouders zal ophalen bij het nieuws over Oekraïne. Dat ik een harnas bouw waar Trump niet doorheen kan. Ik wil het nooit leren begrijpen. Ik wil niet uitdoven. Ik wil niet van steen worden.

Ik roep tegen vrienden en mijn studenten dat het belangrijk is om juist naar de andere kant van het verhaal te luisteren, maar kan hier zelf vaak de energie niet voor opbrengen. Ik probeer te strijden tegen polarisatie, binnen mijn eigen, veilige niche. Ik roep dat ik op zoek ben naar waarheid, maar wil wel dat die past binnen mijn waarheid.
Daar ben ik soms bang voor. Dat ik alleen mijn eigen wereld zie, die zich voor mijn ogen blijft herhalen. Dat het mij niet lukt om andere werelden te ontmoeten. Om echt open te staan voor dat wat vanuit mijn biografisch perspectief nooit heb kunnen weten, nooit heb kunnen voelen. Ik wil strijden tegen mijn eigen hypocrisie, door te blijven twijfelen, tegen mezelf te blijven zeggen dat ik het niet weet. Door in de war te durven zijn en te geloven in verschillende waarheden, in plaats van mijn eigen waarheid. Ik wil niet van steen worden.

Ik wil geen muur bouwen tussen de wereld zoals die op mij afkomt en de wereld zoals die van mij uitgaat. Al komt er dagelijks ellende uit de krant, in de dromen en handelingen van de mensen om mij heen zie ik intrinsieke goedheid. Mijn studenten op de Vrije Hogeschool, de zangers bij Kamerkoor JIP, de dierbare vrienden om mij heen. In elk van hen zie ik het goede, zie ik dat wat mij inspireert. Dat is evenveel de wereld als de wereld in de krant. Ik wil in het midden zijn. Niet het middelpunt van de aandacht, maar in het midden van de waarheid. Heel soms lukt mij dat. Dan zie ik schoonheid in alles om mij heen. In een vogel op de tak van een boom, in de gebarende handen van een student, in de chaos van de mijn woonplaats Utrecht.

Per ongeluk lees ik de afgelopen maanden telkens weer Rilke. Hij schreef: “Als wij ons dit leven van de enkeling als een grotere of kleinere ruimte denken, dan blijkt het, dat de meesten alleen maar een hoek van hun kamer leren kennen, een plaats bij het raam, een strook, waarbinnen zij op en neer lopen. Zo hebben ze een bepaald soort zekerheid. En toch is de onzekerheid, vol gevaren zoveel menselijker, die de gevangenen in de geschiedenissen van Poe er toe drijft, de vormen van hun gruwelijke kerkers af te tasten, om tegenover de niet onder woorden te brengen verschikkingen van hun verblijfplaats niet vreemd te staan. Maar wij zijn geen gevangenen. Om ons heen zijn geen vallen en strikken opgesteld, en er is niets, wat ons bang hoeft te maken of te kwellen. Wij zijn in het leven geplaatst, als in het element, dat het meest bij ons past en wij zijn bovendien door eeuwenlange aanpassing aan dit leven zo gelijk geworden, dat wij, als we ons stil houden, door een gelukkige mimicri nauwelijks te onderscheiden zijn van alles, wat ons omgeeft. Wij hebben er geen reden toe, om tegen onze wereld wantrouwend te staan, want zij is niet tegen ons.”

In Berlijn bestond de scheiding tussen Oost en West uit twee muren. Een aan oostelijke zijde, de binnenmuur. En een muur aan westelijke zijde, de buitenmuur. Daar tussenin lag de zwaar bewaakte ‘todesstreifen’. Een verlaten land, dat niemand toebehoorde. De muren zijn vlak voor mijn geboorte afgebroken, het verlaten land werd van iedereen.

Dwars door Mostar (een van de mooiste steden van Bosnië & Herzegovina) stroomt de Neretva rivier, die na 225 kilomater uitmondt in de Adriatische Zee. De stad Mostar werd gesticht in de 13e eeuw, en had de enige brug over de rivier. Het was een houten brug, die regelmatig de geest gaf en opnieuw moest worden aangelegd. In de 16e eeuw gaf sultan Süleyman de Grote van het Ottomaanse Rijk de opdracht een stenen brug te bouwen; deze werd in 1557 tot 1566 gerealiseerd. In 1993 (enkele jaren na de val van de muur) werd de oude brug (Stari Most) verwoest. In Mostar waren hevige gevechten uitgebroken tussen het Bosnische regeringsleger en de Bosnische Kroaten van de Kroatische Republiek Herceg-Bosna. In 2001 werd de brug herbouwd, onder supervisie van Unesco. Vandaag de dag wordt de brug gezien als symbolische verbintenis tussen de katholieke Kroaten, de Bosnische moslims en de oosters-orthodoxe Serviërs; een symbool van eenheid. De werkelijkheid kent vandaag de dag nog niet dezelfde taal als de brug zelf; de spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen zijn nog lang niet verdwenen. Vlakbij de brug staat een tekst gebeiteld in de muur: ‘DON’T FORGET’.

Gisteren nam ik afscheid van de kamporganisatie waarbij ik 17 jaar heb mogen leren en heb genoten van honderden mensen en momenten. In de allerlaatste woorden van de priester ging het over het openen van een deur. Als iemand bij je aanklopt kun je kiezen open te doen of de deur dicht te laten. Als je open doet kun je iemand in jouw ruimte binnenlaten of uitgenodigd worden die ruimte te verlaten. Met de concerten hoop ik mensen aan te moedigen om in alle muren deuren te bouwen, zodat we kunnen kiezen ze te openen of geopend te laten worden. Het verzorgen van de ruimte tussen twee zijden. Muziek opent die ruimte en de componisten van wie wij liederen zingen begrepen dat.